Voorblad Index Byvoegings
(Additions)
Kontak
Informasie
   
Van der Spuy
STAMREGISTER
 
 
 
 

Aantal Besoekers
powered by website design company.

 

[ Voorwoord ]

 

[ Die Van der Spuy van ]


[ Die Van der Spuy wapen ]

 

[ Agtergrondskets van toestande aan die Kaap met die aankoms van stamvader Melt Van der Spuy ]

 

[ Melt se voorouers in Holland ]

 

[ Vroeëre Plaas Besit ]

 

[ Grafte ]

 

[ Argieffoto's ]

 

[ The Kalkfontein Van Der Spuys ]


Melt se voorouers in Holland

 

Die Suid-Afrikaanse stamvader se oupagrootjie, Jacob Cornelisz Wagemaecker, gebore moontlik voor 1600, oorlede 1662, getroud met Maertgen Adriaens, hul het toe nog nie die “Van der Spuy” van gebruik nie, hul kinders:

 

i)          Die een in 1624 begrawe
ii)         Adraen (Adriaan, Ariën) Jacobz
iii)        Cornelisz Jacobsz
iv)        Berbertgen Jacobs, getroud met Jacob Joris van der Wyck
v)         Leentgen Jacobs, getroud met Ysaack Jans
vi)        Sijtgen Jacobs
vii)       Stintgen Jacobs, getroud met Steven Kuijl

 

In die kerkargief van Charlois word “rekeningen” aangetref waarin twee inskrywings voorkom wat moontlik betrekking het op bg. Jacob en Cornelis:

 

(i)         “1662 Ontfangen van de kinderen ende erffgenamen van zaliger Jacob Cornelisz Wagemaecker dat denselven int cruijswek begraven leit V  Xs.”
(ii)        “1662 Ontfangen van Jacob Cornelisz Wagemaecker van dat sijn kint in cruijswerk begraven is V  Xs.”

 

In ‘n bewysstuk van Jacob Cornelisz van der Spuy van 23 Julie 1639 word aangegee:…”sijn erf, boomgaard, telinge in het dorp Charlois aan de noordzijde van de kerkstraat – voorts het huis waar hij in woont tussen de Charlois Hoogedijck en d’spuy van Charlois, omtrent 850 roeden alsoock seeckere twee morgen lants gelegen in Charlois in ‘t Rietblock.”

 

Adraen (Adriaan, Ariën) Jacobz, moontlik gebore te Charlois, onder Rotterdam, oorl. 1656, getr. met Stijntge Cornelis de Man (Jan Cornelisz/d.), oorl. C. 1649, hy hertr. 10/3/1652 met Janichen Jacobs, ‘jongedochter uit Sint Anthonispolder’. (polder = poel of ‘n stuk drooggelegde land.), hul kinders (eerste drie uit eerste huwelik):

 

            i)          Jacob, waarskynlik jonk oorlede
            ii)         Aechten
            iii)        Maeijken
            iv)        Jacob Ariens
            v)         Marijgje, ged. 6/12/1654 te Westmaas, moontlik vroeg oorlede.

 

Interessant dat by die doop van laasgenoemde “werd Arijen voor het eerst Van der Speu genoemd”.

 

‘Ook de secretaris van Westmaas noemde hem “Van der Spuij” toen hy ergens aantekende dat Arijen in januari 1656 overleden, nalatende en desolate boedel.’

 

Ariën het minstens van 1643 tot 1656 as wamaker te Westmaas gewoon.
In 1650 en 1656 word ook sy broer, Cornelis Jacobz van der Spuij genoem, dog niks verder nie, sodat veronderstel moet word dat hy elders gewoon het. Hulle skyn nie in Westmaas gebore te gewees het nie aangesien daar voor 1643 niks oor sy familie gevind word nie. Dis egter nie uitgesluit dat hy uit Charlois, onder Rotterdam, afkomstig was. Die naam kom daar later voor, en ook het Ariën se eerste vrou daar gewoon.

 

Doop en trouboeke te Charlois toon egter niks aan nie aangesien hulle eers later aangelê is. Wel word in die kerkargief van Charlois ‘kerkrekeningen’ aangetref uit die tydperk 1583 tot 1662, waarin Jan Cornelisz de Man se naam verskyn as “kerkmeester” in 1653. Ook verskyn ‘n naam, Dirck Cornelis van der Spuij, en wel as substituut-secretaris in 1653 en as secretaris in 1657. Hierdie Dirck Cornelis was moontlik Cornelis Jacobz (Jacob Cornelis) se seun.

 

Westmaas se doop- en trouboeke begin vanaf 1648 sodat ons eers van dan van Ariën se gesin verneem. So word sy Marigje se doopdatum (26/1/1648) vermeld.

 

Kort hierna (1648?, 1649?) is Stijntge oorlede; op ‘2 juli 1650 verscheen Arijen Jacobz als weduwnaar voor het grecht, vergezeld van zijn broer, Cornelis Jacobsz, om zijn kinderen uit te kope uit de boedel’.

 

Als voogden van de kinderen waren verschenen de grootvader Cornelis Cornelisz de Man, en diens gelijknamigen zoon.

 

Daar was drie kinders: Jacob, Aechten en Maeijken (lg. was waarskynlik 1648 se Marigje).

 

Daar is bepaal dat Arijen die boedel sou beheer, die kinders sou opvoed en onderhou tot hul agtiende jaar, wanneer elk nog vyftig gulden sou ontvang. So lees dit: ….. ‘ te alimentren ende onderhouden in aet ende dranck, cleedinge ende reedinge, sieck ende gesont soo het Godt gelieft ter schoole te laten leeren lessen en schrijven ende een eerlijck hantwerck te laten leeren oome haren cost daermede te verdienen tot haar mondige dagen toe dat is te weten elckx tot haar achttien jaren toe als wanneer sy luijden voor mondich sullen gehouden warden…..’

 

Na die tydelike het dit hom wellig goed toegegaan:

 

Op 19 November 1643 gee hy ‘n bewys vir 350 gulde aan Jacob Pietersz van der Bom, ‘een lakenkoper’ vir die se ‘wagenmakerij’.

 

Ruim twee jaar later koop hy ook diè se huis, waarin ‘de wagenmakerij was gevestigd, voor 400 gulden’.

 

Op 11/5/1651 transporteer Claes Laurensz Spruijt ‘aan hem een huis met schuur en erf, dat evenals het zyne aan de berm van de dijk was gelegen. De koopsom had 1140 gulden bedragen, waarvan jaarlijks 200 gulden warden afgelost.’ (berm = wal)

 

Jacob Ariens (ook Jacobus Ariense), ged. 23/2/1653, oorl. 1703-1707, ‘jongman van Westmaas, wonende te Rotterdam, getr. met Creijntje Jans van Leewen, jongedochter van Rotterdam, getr. 24/4/1671 te Delshaven met attestatie van Rotterdam’. Sy is oorl. 18/2/1723. Die volgende “Extract” kom uit die doopregister van Rotterdam, hul kinders:

 

1)         Stijntien, 13 januari 1675, k.v. Jacob Arijensse van der Spuij en Crintie Jans van Leeuwen
2)         Neeltie, 22 oktober 1676, k.v. Jacob Arense van der Spuij en Krintie Jans van Leuwe
            Get.:- Jacob Willemse van Leuwe en Trintie Jans van Leuwe
3)         Jannetie, 30 januari 1680, k.v. Jacob Ariense van der Speuij en Krijntie Jans van Leeuwen
            Get.:- Melt Janse van Leeuwen en Geertruij van Leeuwen en Grietie Willems
4)         Cornelis, 21 october 1681, k.v. Jacob van der Spuij en Krijntie van Leeuwen
            Get.:- Maritie Wijck en Jan de Wueet (?)
5)         Jan, 11 mei 1653, k.v. Jacob van der Spuij en Trijntie Jans van Leeuwe
            Get.:- Jan van Leeuwen, Grietie Willems en Maria Jans van Leeuwen
6)         Jan, 15 maart 1685, k.v. Jacob van der Speuij en Crijntje van Leuwe, wonend op ‘t Quakernaet
            Get.:- Jan Janse van Leuwe en Maria Jans van Leuwe
7)         Johanna, 6 juni 1686, k.v. Jacob van der Spui en Trintie van Leeve op Quakernaet
            Get.:- Maertie van Leuve
8)         Meldt, 4 april 1688, k.v. Jakop van der Spuij en Krijntie Jans op ‘t Quakernaet
            Get.:- Willem van Lewe en Maria van Leuwe
9)         Neeltie, 14 februari 1690, k.v. Jacob van der Spuij en Krijntie Jans op ‘t Quakernaet
Get.: - Jn Sijmense en Geertrij Jans
10)       Jan, 12 januari 1694, k.v. Jacob van der Spuij en Crijntje van Leeuwen op cde Botersloot
            Get.: - Leondert Stolck en Lena van Leeuwen
11)       Neeltie, 10 maart 1697, k.v. Jacob van der Spuij en Crijntie Jans op het Quakernaet
            Get.: - Maritie Jans van Leuwen

 

Daar was behalwe bg. Elf kinders nog ‘n kind, nie in die “Extract” aangegee nie  :

 

Arij, waarskynlik die oudste, en gebore moontlik 1673, op 23/2/1701 getr.  met Cornelia Sijperze, hul kinders:-

 

Jacoba en Jan

 

Van hierdie twaalf kinders ‘waren acht jonggestorven. De doop en trouw van de kinders zyn steeds Gereformeerd.’

 

Op 1 Julie 1703 maak Jacob van der Spuij en Krijntje van Leeuwen hul testament voor notaris Waarts te Rotterdam. ‘Jacob lag toen ziek te bed en is mogelijk kort daarna gestorven’. (In ieder gevak voor 12/12/1707). Die langslewende is tot universele erfgenaam benoem, en bepaal ook dat ‘na beider overlijden hun zoon Ary niet meer zou ontvangen dan de legitieme portie’.

 

Op 20 September 1714 maak Krijntje van Leeuwen ‘n nuwe testament ‘waarin zij legaten besprak voor haar kleinkinderen Jacoba Aryens van der Spuij, Jan Aryenz van der Spuij, Jacob Cornelisz van der Spuij en haar zoon Melt van der Spuy, en haar kleindochter Jacoba Kuijl, kind van haar dochter Stijntje van der Spuij’.

 

Voor het overage zouden haar drie zonen, Ary, Cornelis en Melt erven. De weeskamer werd uitgesloten.

 

Behalve in de hierna te noemen akten waarby ook haar zoon Melt was betrokken, werd Krijntje van Leeuwen nog gevonden in een notariële akte van 8 februari 1718, waar zy als voogd optrad van haar kleinzoon Jacob Cornelisz van der Spuij, en in een acte d.d. 23 januari 1720, waarin zy een verklaring aflegde over een conflict waarbij zij in november  1719 aanwezig was geweest.